Praktijkonderwijs

Voor sommige leerlingen is het programma van het VMBO, of onderdelen daaruit, te moeilijk. Vaak komt dat, omdat ze om een of andere reden een ernstige leerachterstand hebben opgelopen. Een regionale commissie stelt dit vast op basis van gegevens van de basisschool en toetsresultaten. Deze leerlingen krijgen van begin af aan een aangepast en op maat gemaakt leerprogramma aangeboden in de vorm van praktijkonderwijs. Het Varendonck-College heeft al enkele jaren praktijkonderwijs in huis en daar een eigen programma voor ontwikkeld.

Ons praktijkonderwijs is er onder meer op gericht
- de situatie van moeilijk lerende jongeren op de arbeidsmarkt te verbeteren;
- échte kansen te creëren voor deze leerlingen;
- de jongeren te leren hun potentieel volledig te gebruiken en in te zetten;
- het welzijn van deze jongeren zowel in school als daarbuiten te vergroten.

De persoonlijke ontwikkeling van onze leerlingen Praktijkonderwijs willen we stimuleren door de nadruk te leggen op het kunnen maken van keuzes en het nemen van beslissingen ten aanzien van wonen, werken en recreëren, zowel nu, als in hun toekomstige leefsituatie. Het bovenstaande mag gezien worden als onze missie.

De leerlingen doorlopen binnen praktijkonderwijs verschillende fasen. De eerste fase wordt gekenmerkt door een zo breed mogelijke oriëntatie. In deze fase is het onderwijsaanbod gericht op algemene basisvaardigheden, praktisch, sociaal en communicatief. Ook is er veel aandacht voor de persoonlijke loopbaanoriëntatie en -begeleiding van iedere leerling.

Tijdens de tweede fase, in het midden van de schoolloopbaan, vindt een verdere oriëntatie plaats op de persoonlijke interesses en capaciteiten en de eigen inzet van de leerling. In deze fase is er aandacht voor basisvaardigheden en een groepsstage, met als doel een keuze te maken voor het afsluitende, individuele leertraject in de derde fase; Er zijn dan ook al mogelijkheden voor een arbeidsvoorbereidende externe stage, die voorafgegaan kan worden door een interne individuele stage.

De derde fase, de voorbereiding op de afronding van de opleiding, leidt de leerlingen naar een plaats op de arbeidsmarkt. De aandacht is in deze fase gericht op specifieke praktische, sociale en communicatieve vaardigheden ter verdere voorbereiding van de plaatsingsstage en op een arbeidscontract in de nabije toekomst.

Het Varendonck-College biedt sommige leerlingen de mogelijkheid tot het behalen van een officieel diploma: het AKA-diploma. 'AKA' staat voor ArbeidsmarktGekwalificeerd Assistentenprofiel. Na afronding van dit traject krijgen de leerlingen een officieel erkend diploma, dat zijn waarde heeft op de arbeidsmarkt en officieel toegang geeft tot een opleiding op het ROC.

Het AKA-traject bestaat uit twee fases. In de eerste fase werkt een leerling in de veilige omgeving van de school aan competenties die noodzakelijk zijn om in een (leer)bedrijf aan de slag te gaan. De leerling oriënteert zich op vier sectoren: techniek, economie en handel, zorg en welzijn en voedsel en leefomgeving. In de tweede fase gaat hij werken in een (leer)bedrijf. Hij bereidt zich voor op de dagelijkse praktijk en werkt binnen het leerbedrijf aan het uitbouwen van zijn competenties. De leerling rondt zijn AKA-traject af, als hij zijn examinator - die wordt aangesteld door het ROC - een portfolio kan overleggen. Met hem heeft de leerling een tweetal (eind)gesprekken waarin het portfolio besproken wordt. In zijn portfolio heeft de leerling alles verzameld wat hij in het AKA-traject gepresteerd heeft, van opdrachten die hij in de klas heeft gemaakt, tot verslagen over de stage. Als de examinator het portfolio als voldoende beoordeelt en als de gesprekken goed verlopen, is de leerling geslaagd, en kan hij het AKA-diploma in ontvangst nemen. In sommige gevallen is aan de AKA-opleiding een proeve van bekwaamheid toegevoegd. Kort gezegd komt het er dan op neer, dat een examinator een leerling ook in het leerbedrijf beoordeelt.

Eigenlijk is er ook nog sprake van een vierde fase: de naschoolse begeleiding. Deze fase, die geen deel meer uitmaakt van de schoolloopbaan van de leerlingen, heeft als doel:
de ex-leerling (met arbeids-/leercontract) daar waar nodig te ondersteunen en op de werkplekken de werkgever te adviseren over de verdere ontwikkeling van de loopbaan van de leerling in het bedrijf.

Samengevat kunnen we zeggen, dat we in het praktijkonderwijs samen met de leerling toewerken naar een plek op de arbeidsmarkt. Misschien is het nóg wel beter om te zeggen dat we een leerling voorbereiden op een plek in onze samenleving.